Antarctica – Belgica

(copyright Hilde Vander Linden op de foto)


Man overboord!

Op 19 januari 1898 gebeurde waar ze al dagenlang hadden naar uitgekeken. Sommige matrozen hadden er al sinds Antwerpen van gedroomd. Eerst was het zachtjes beginnen sneeuwen, maar langzaam waren de vlokke dikker en dikker geworden. Om 4 uur ’s middags had iemand uit het kraaienest geroepen. Misschien was het Noors geweest (‘Isfjell!’), misschien Frans (‘Iceberg!’), misschien was het het Vlaams met een Antwerpse tongval van Jan Van Mirlo (‘IJsberg!’), of alle de drie talen tegelijk. Maar in geen tijd stonden wetenschappers, officieren en bemanning op het dek en leunden ze over de houten reling om de reusachtige kanjer te zien die opdoemde in de verte. De dagen daarop werden de ijsbergen steeds talrijker in aantal, maar het was vooral het doordringende geluid dat hen bijbleef. Het ijs gromde en rommelde als de buik van een reus. Alsof er in de verte een onweer woedde. Met knallen die soms dof waren en dan weer scherp, brokkelde het ijs af en viel met een smak in het water. Het zou het meest onvoorspelbare fenomeen worden waarmee ze de volgende maanden zouden worden geconfronteerd: poolijs. Een fascinerende materie, die altijd in beweging was. Net wanneer je dacht dat de rust was weergekeerd, begon het ijs plotseling weer te bewegen. Je kon je ook bijna onmogelijk voorstellen welke immense kracht zo’n stuk ijs had. Net daarom was het zo belangrijk om van de gletsjers weg te blijven. Het minste geluid kon een stuk ijs doen afbrokkelen en een vloedgolf veroorzaken die hun schip kon doen kapseizen.

Ze hadden het al eens eerder meegemaakt, dus het wekte niemands verbazing dat de zee erg onstuimig was toen ze op 22 januari door de Bransfieldstraat voeren. Terwijl een krachtige stormwind het getouw heen en weer deed slingeren, rolden de golven over het houtwerk. Maar het was alle hens aan dek, want er gutste water binnen aan boord omdat een van de spuigaten verstopt was met kleine stukjes steenkoolbriketten, de restanten van een lading die op het dek stond. Toen Roald Amundsen, de officier van wacht, achteraf terugkeek op wat er toen gebeurde, had hij het gevoel dat hij naar een bokswedstrijd zat te kijken. Ták, ták, ták, als harde mokerslagen waren de gebeurtenissen op hem afgekomen. Eerst had hij aan de Noorse matrozen Johansen en Wiencke gevraagd om de opening in het spuigat weer vrij te maken. Ze volgden zijn orders ogenblikkelijk op. Het volgende moment hoorde hij Johansen wild schreeuwen: ‘Wiencke overboord!, ‘Wiencke overboord!’ De jonge matroos was een eind buitenboord gaan hangen omdat hij zo beter bij het spuigat kon, en even later was hij gegrepen door een immense golf, die hem in het water katapulteerde. Amundsen holde naar de rand van het schip terwijl hij bedacht dat de zee veel te woelig was om een reddingsboot neer te laten. Zijn hart bonsde. Carl-August Wiencke was erin geslaagd de loglijn, die in het kielzog van het schip drijft, vast te grijpen en klemde er zich stevig aan vast. Op het achterschip naderde Cook intussen de dekrand, greep voorzichtig het touw beet, en trok Wiencke langzaam tot tegen het schip. Het leek alsof hij erin zou slagen hem aan boord te trekken. Maar de twintigjarige jongen was al na een paar minuten verkleumd door het ijskoude zeewater, en totaal uitgeput van het vechten tegen de stroming. Ze riepen hem toe dat hij het andere touw moest grijpen dat ze hadden neergelaten, maar hij bleef verdwaasd kijken, half bewusteloos alsof hij doof was geworden. Toen zei kapitein Lecointe dat hij achter hem aan zou gaan. Iemand knoopte een touw rond zijn middel, zodat twee anderen hem konden vasthouden, en liet zich in het woeste water zakken. Maar de wilde golven maakten het haast onmogelijk om zelfs maar op een paar meter van Wiencke te komen. Toen het erop leek of hij hem eindelijk toch beet had, sloeg een hoge golf hen alweer uiteen. De jongen was totaal uitgeput en onderkoeld, en liet het touw los. Even later verdween hij voorgoed in de golven.


© Johan Lambrechts, alle rechten voorbehouden



Antarctica – De Belgen op de pool


Meer lezen?

"Antarctica – De Belgen op de pool" (Sastrugi Books) kost € 24,95 en is online verkrijgbaar via bol.com, ako.nl, standaardboekhandel.be en elke andere boekhandel in Vlaanderen en Nederland.
ISBN: 978 90 81 8335 09 - € 24,95